Het einde van de reis en van de wereld …

In Galicia kwam er een einde aan onze reis doorheen het Noorden van Spanje. Net als de voorbije weken werden we ook hier getrakteerd op prachtige landschappen en pittoreske dorpjes.

Vanuit Cangas de Onis vertrokken we richting Foz in Galicië. Het weer in de bergen zat nog steeds wat tegen, getuige ervan onderstaand uitzicht vanop de Mirador del Fito, maar eenmaal aangekomen aan de kust werden we verwelkomd door een stralende zon.

We stopten in Gijon om snel iets te eten, alhoewel “snel” die dag niet aan de orde was. Het terras van het enige restaurant waar we nog werden aanvaard zat goed vol, de obers keken niet echt naar de klanten en tafels om, de enigen die er niet om treurden waren de meeuwen die hun buikje vol aten met al wat nog op de tafels was achtergebleven.

Daags nadien was de ochtendstond nog grijs maar gelukkig niet voor lang. Starten deden we met een verkenning van het dorpje Foz.

Foz

Het dorp Foz bevindt zich in de Rias Altas. Wat een “ria” is legde ik reeds uit in een eerdere blogpost.

De Rías Altas zijn een deel van het kustgebied van Galicië. Ze vormen het noordelijke en noordwestelijke deel van de provincie La Coruña en de hele kust van de provincie Lugo, en worden in het oosten begrensd door Asturië en in het zuiden door Kaap Finisterre (waarover verder meer).

Dit gebied met rotsachtige kust heeft veel stranden, waaronder het strand van Las Catedrales in Ribadeo. De belangrijkste kapen zijn de Estaca de Bares, het meest noordelijke punt van Spanje, de kaap Ortegal en de kaap Finisterre.

Maar dit is dus Foz met zijn Ria.

Vanuit Foz reden we richting een dorp dat niet op de planning stond.

Tapia de Casariego

Soms zijn ongeplande dingen nog de mooiste. Reisgidsen volgen is een ding, improviseren is een ander. En laat net deze dag een mix zijn van beide. Het dorpjeTapia de Casariego ligt in Asturië en niet in Galicië. In het dorp vind je verschillende uitzichtpunten, een zoutwaterzwembad, resten van een fort, een gezellig haventje en jawel, een vuurtoren.

Van hieruit gingen we richting Ribadeo alwaar we op de late namiddag de hoofdattractie van de dag hadden gepland.

Ribadeo

De hoofdattractie was er, alweer, eentje met tijdslot. In afwachting reden we dus wat rond in Ribadeo alwaar we bij volgende plaatsen uitkwamen.

O Cargadoiro

De site van O Cargadoiro is een historisch etnografisch park met een klein strand, gelegen tussen de jachthaven van Ribadeo en het eiland Isla Pancha. Het dankt zijn naam aan het oude laadperron waar vroeger ijzererts van treinen op schepen werd overgeslagen. Van hieruit heb je uitzicht over de monding van de rivier de Eo (Ría de Ribadeo) en de Cantabrische Zee. Het fort, dat niet toegankelijk was, is het Forte de San Damian.

Faro Isla Pancha

Wanneer je de route langs de kust blijft volgen kom je uit bij de Faro Isla Pancha. De oude vuurtoren werd gebouwd in 1857 en doet sinds de bouw van de nieuwe vuurtoren dienst als vakantieappartement.

Praia des Catedrais

Na deze bezienswaardigheden was het tijd voor dé bezienswaardigheid van de dag: de Praia das Catedrais of het strand van de kathedralen. De site dankt zijn naam aan de reeks architecturale bogen, zuilen en gewelven die de zee op de kliffen heeft gebeeldhouwd tussen de zandbanken van Augasantas en Carricelas. Je kan deze plaats enkel bij laagwater bezoeken en mits reservatie.

De zon ging op zijn gemakje onder en zo kwam alweer een einde aan een goed gevulde dag. De volgende werd er eentje van kaap naar kaap.

El cabo da Estaca de Bares

El cabo da Estaca de Bares maakt deel uit van de Spaanse Noord-Atlantische kust en markeert de conventionele scheiding tussen de Cantabrische Zee in het oosten en de Atlantische Oceaan in het noorden en westen. De kaap eindigt met een rotspunt genaamd ‘Punta da Estaca de Bares‘.

Hij ligt in het noorden van Galicië en is de meest noordelijke kaap van het Iberisch schiereiland (Iberië). Iberië bevindt zich ten zuiden van de Pyreneeën en wordt omgeven door de Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan en de Golf van Biskaje.

De kaap zelf is een granieten kaap met een laag reliëf (tussen 100 en 210 meter hoogte) en bestaat uit wilde natuur van heide en bijna onbewoond bos, omgeven door kliffen van een hoogte tussen de 50 en 200 meter. Dit vormt een indrukwekkend landschap.

Wij hielden halt in onderstaand dorp, bij een aantal kapen met vuurtoren, een indrukwekkend uitzichtpunt en een kapel.

O Porto do Barqueiro

De haven ligt aan de linkeroever van de ria del Barquero. Deze scheidt de provincie Lugo van de provincie La Coruña.

De naam van de haven verwijst naar de schipper die met zijn boot mensen en goederen van de ene oever van de rivier naar de andere vervoerde, van de Barquero naar O Vicedo.

Het dorp ontstond als een kustnederzetting rond een kleine primitieve haven. De boot was tot de bouw van de metalen brug in 1901, de enige manier om de rivier over te steken. De metalen brug maakte de toegang van de ene provincie naar de andere per weg mogelijk.

Faro Da Estaca

Deze vuurtoren werd in 1850 in gebruik genomen.

Banco de Estaca de Bares

Dit uitkijkpunt staat bekend als ‘de beste bank ter wereld’ en bevindt zich op de kliffen van Loiba (in de gemeente Ortigueira). Vanaf deze bank heb je een spectaculair uitzicht dat zich uitstrekt van het gebied van Cabo de Estaca de Bares tot Cabo Ortegal.

Mirador Miranda

Dit uitzichtpunt is gelegen op de top van de Monte da Miranda, 498 meter boven de zeespiegel. Het heeft een van de mooiste uitzichten van Galicië, bijna 360º, vanwaar je de ria van Cariño-Ortigueira, de bergen van A Capelada, Faladoira en Coriscada, de ingang van de ria en de Punta de Estaca de Bares kunt zien.

De weg ernaartoe was even spectaculair als het uitzicht. Al heeft er wel iemand mij heel heel hard vervloekt.

Cabo Ortegal

Van de ene kaap naar de andere. Cabo Ortegal ligt 4 km ten noorden van het vissersdorpje Cariño. Hier ontmoet de Atlantische Oceaan de Golf van Biskaje

125 meter boven de zeespiegel bevindt zich de Faro de Ortegal. Aan de voet van de vuurtoren rijzen de O Limo-kliffen op als grote monumenten naar het westen. In het oosten liggen de kleine eilanden die bekend staan als Os Aguillóns, die de kaap in de oceaan lijken uit te strekken en symbolisch de wateren van de Atlantische Oceaan scheiden van die van de Cantabrische Zee. 

Garita da Herbeira

De Garita da Herbeira bevindt zich op de kliffen Vixía Herbeira. Op hun hoogste punt stijgen de kliffen 621 meter boven de Atlantische Oceaan uit. Op dat punt en direct aan de rand van de klif staat een kleine uitkijktoren die bekend staat als Garita da Herbeira. Het is een oud stenen gebouw met een gewelfd plafond van ongeveer 15 m², oorspronkelijk gebouwd in de 18e eeuw. De huidige constructie dateert uit 1805 en maakte deel uit van een reeks kust- en maritieme bewakingsposten langs de kust. Aan de overkant werd een windmolenpark uitgebouwd.

Santuario de Santo André (San Andrés) de Teixido

Deze kapel is een van de belangrijkste bedevaartsoorden in Galicië. De legende van San Andrés de Teixido stelt dat de apostel Andreas schipbreuk leed op de ruige kliffen, waarna zijn boot in steen veranderde (de Barca de San Andrés). God compenseerde hem met een bedevaartsoord. Dit leidde tot de beroemde Galicische spreuk: “A San Andrés de Teixido vai de morto quen non foi de vivo”.

Volgens de mythe was Andreas jaloers op de pelgrimsstromen naar Santiago de Compostela en klaagde hij bij God. God beloofde hem dat alle stervelingen zijn heiligdom zouden bezoeken. Wie de tocht tijdens zijn leven niet maakt, moet er na de dood alsnog naartoe, gereïncarneerd als een reptiel of insect. 

Wij gingen alvast van het ene bedevaartsoord naar het andere.

Santiago de Compostela

Niet dat we bedevaarders zijn maar als je dan toch in de buurt bent kan je maar best een bezoek brengen aan de derde grootste bedevaartstad ter wereld. Enkel Jerusalem en Rome zijn groter.

Een beetje geschiedenis:

Bernardus de Oudere – een bewonderenswaardig bouwmeester – en Roberto begonnen in 1075 met de bouw van de romaanse kathedraal, tijdens het bewind van Alfons VI en het episcopaat van Diego Peláez. Na deze eerste fase zorgden diverse historische ontwikkelingen ervoor dat de werkzaamheden werden stilgelegd of althans vertraagd, totdat ze rond 1100, onder aartsbisschop Gelmírez, opnieuw werden opgestart. De opdracht werd gegeven aan meester Esteban (ook wel bekend als de ‘Maestro de Platerías‘); gedurende de 12e eeuw vorderde de bouw van de kathedraal gestaag. In 1168 kreeg meester Mateo de opdracht om het bouwwerk te voltooien, inclusief de westgevel en de bouw van het koor in het middenschip. In 1211 werd de basiliek ingewijd in aanwezigheid van Alfons IX.

Hoewel de oorspronkelijke middeleeuwse structuur behouden is gebleven, heeft het uiterlijk van de kathedraal in de loop der eeuwen veranderingen ondergaan. Dit gebeurde door de bouw van de kruisgang en bijbehorende ruimtes tijdens de renaissance, en vooral tijdens de barokperiode; in die tijd kwamen onder meer de hoofdkapel, de orgels, de afsluiting van de kooromgang en de Obradoiro-gevel tot stand. In de neoclassicistische periode werd de nieuwe Azabachería-gevel gerealiseerd, en ook in de afgelopen eeuw zijn er diverse werkzaamheden uitgevoerd.

Een bezoek aan dit historisch en indrukwekkend bouwwerk kon dus niet ontbreken.

De buitenkant

We bezochten het museum en de kathedraal zelf. Het bezoek aan het museum omvatte een bezoek aan de permanente collectie, Gelmirez Palace, Portico of Glory, het dak van de kathedraal en de Ratchet toren en het museum, het klooster en de kerk van Santa Maria de Sar. Dat laatste hebben we aan ons voorbij laten gaan. In he museum en de Portico of Glory mochten dan weer geen foto’s genomen worden.

De binnenkant

De binnenkant van de kathedraal is al even indrukwekkend als de buitenkant.

Op de eerste en de laatste foto zien jullie de Botafumeiro. De Botafumeiro (Galicisch voor “wierookvat”) is een van de beroemdste en populairste symbolen van de kathedraal. Het is een groot wierookvat dat via een kathedelsysteem aan de hoofdkoepel van de kathedraal hangt en naar de zijbeuken toe zwaait. Er zijn acht mannen nodig om het in beweging te brengen; zij staan ​​bekend als “tiraboleiros”. Het vat weegt 53 kg en is 1,50 meter groot; het hangt op een hoogte van 20 meter en kan een hoge snelheid bereiken.

Kom van dat dak af

Als kers op de taart klommen we bovenop het dak van de kathedraal. Het dak bestaat niet uit dakpannen maar uit steen. Het werd gebouwd in de middeleeuwen met het idee dat het gebouw eveneens dienst zou doen als een verdedigingsplaats, een combinatie van een kathedraal en een kasteel.

Bij het Farrapos kruis stond vroeger een fontein waar de pelgrims zich wasten na hun tocht. Ze verbrandden er ook hun kleren omdat ze bang waren voor ziektes zoals de pest en luizen.

Costa da Morte

Na ons verblijf in Santiago de Compostela reden we richting de Costa da Morte, de eindbestemming van onze rondreis doorheen Noord-Spanje.

Deze plaats dankt zijn naam aan de talrijke scheepswrakken die voor de kust liggen. De kust ligt in de noordwestelijke hoek van het Iberisch schiereiland, in de provincie A Coruña. Het omvat de historische regio’s (comarcas) van Bergantiños, Terra de Soneira en Fisterra.

Onze rondrit leidde ons naar volgende plaatsen.

Ezaro

Dit dorpje van 13,2 km² was onze eerste stop in de regio. Het wordt doorkruist door de rivier Xallas, die in de waterval Fervenza do Ézaro in de zee uitmondt. Vlakbij de waterval bevindt zich het Museum van de Elektriciteit en iets hogerop vindt men de Mirador de Ézaro.

Van hieruit heb je zicht op de monding van de rivier de Xallas, de hellingen van de berg Pindo, de baai van O Ézaro en Kaap Fisterra op de achtergrond.

Afhankelijk van welke richting je komt rijdt je ook over een stuwdam, de Presa de Santa Uxía die deel uitmaakt van het waterkrachtcentrale in de rivier de Xallas.

Dankzij deze stuwdam is er heel het jaar door water in de Fervenza do Ézaro.

Van hieruit ging het naar Carnota gekend voor zijn grote Horreo.

Carnota

Het dorpje Carnota en zijn Horreo of graanschuur. Ik hoor jullie al denken, wat is er nu zo bijzonder aan een graanschuur, wel de grootte ervan.

Oorspronkelijke werd de graanschuur gebruikt om maïs en andere producten van het land op te slaan, te drogen en te bewaren. De Hórreo de Carnota werd gebouwd in 1768. In 1783 werd hij uitgebreid met 11 nieuwe delen. Hij is 34,76 meter lang en 1,90 meter breed. Hij werd gebouwd op 22 paar poten om voedsel uit de buurt van vocht of dieren te houden en bestaat uit tal van horizontale sleuven om ventilatie te bevorderen. Aan de ene kant openen drie deuren naar het interieur en het heeft pinacles in barokke stijl. Het eindigt in een kruis zittend op een bal.

Daarnaast heeft Carnota, met een lengte van 6 km op 1 km breedte, ook het langst uitgestrekte strand van de regio, langs de lagune de Caldebarcos. Jammer genoeg was het deels afgesloten maar na door de barrières te zijn geglipt kon ik toch nog volgende plaatjes schieten.

En toen kwam het einde echt in zicht …

Cabo Fisterra

Het einde van de vakantie en het einde van de wereld.

De naam van Fisterra komt van het Latijnse “Finis Terrae”, wat “Einde van de wereld” betekent. De Romeinen geloofden dat deze landtong de rand van de wereld markeerde. Voorbij de kliffen bleef alleen de oceaan over.

De Kaap vormt het uiteinde van een klein schiereiland met een lengte van circa 3 kilometer. De kaap is het meest westelijkste punt van het Spaanse deel van het Iberisch Schiereiland. Kaap Touriñán in Portugal is dan weer het meest westelijke punt van Europa.

De vuurtoren op de kaap dateert uit 1853, is 13 meter hoog en heeft een lichtkoepel die 183 meter boven het niveau van de zee uitsteekt. Het licht van de vuurtoren heeft een reikwijdte van meer dan 30 zeemijlen.

Het was er jammer genoeg bijzonder druk. De toeristen werden er in grote bussen afgezet. Misschien wel omdat Kaap Fisterre ook het eindpunt is van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Er stond dan ook een lange rij toeristen voor een foto aan de o-km paal. Maar dat losten wij dan weer mooi op door een foto te nemen aan de 0, 356 km-paal 😉

Om het af te leren stuurde ik Yves nog een laatste keer de berg op naar het uitzichtpunt Monte de Facho.

Hier zou volgens de legende een ara solis of zonne-altaar hebben gestaan waar vroege volken de ondergaande zon aanbaden. 

Met deze mythische verhalen en prachtige uitzichten eindigde onze rondreis door het Noorden van Spanje. Een prachtige streek waar nog veel meer te ontdekken valt dus als we geen zin hebben in lange vluchten weten we alvast waar naartoe te gaan.