Raak ik snel het Noorden kwijt …

Maar gelukkig raakten we de weg niet kwijt die leidde naar de bergen van het Nationaal Park Picos de Europa.
Picos de Europa
De bergketen van de Picos de Euopa strekt zich uit over drie verschillende autonome regio’s: Cantabrië, Castilla y Leon en Asturië. In 1995 werd ze bijna volledig opgenomen in een Nationaal Park, het “Parque Nacional de Picos de Europa” dat zich uitstrekt over een oppervlakte van 64.660 ha. Voorloper van het park was het “Parque Nacional de la Montaña de Covadonga”. Covadogna (waarover in een volgende blog meer) ligt in het westen in de regio Asturië. Dit deel van het park werd in 1918 gecreëerd en was alzo het eerste nationale park in Spanje.
Onze trip doorheen de Picos de Europa startte langs de oostkant, in de regio Cantabria. Via de Desfiladero de la Hermida, een kloof van ongeveer 20 km, reden we richting het dorp Potes. Via een kleine omweg kwamen we langs de Mirador de Santa Catalina van waaruit we de kloof konden bewonderen.






Potes
Het dorp Potes ligt aan de samenvloeiing van 4 valleien in de buurt van de plaats waar de Río Quiviesa uitmondt in de Río Deva en ligt genesteld in de schaduw van de berg Arabedes. Typerend voor het dorp zijn zijn bruggen en torens.



Van daaruit reden we door naar het kleine San Pelayo, waar we de komende twee nachten doorbrachten. San Pelayo ligt kortbij Fuente Dé, de uitvalsbasis van onze volgende wandeling.
Fuente Dé
Fuente Dé ligt aan de voet van het massief van Urrieles, het centrale massief van de Picos. Het ligt in een keteldal, het Circo de Fuente Dé, dat grotendeels bedekt is met beukenbossen, en waarin de rivier Río Deva ontspringt. Men vindt er het grondstation van de kabelbaan El Cable naar het 750 m hoger gelegen uitzichtpunt Mirador de El Cable.
Beneden zag het er zo uit.



De kabelbaan is 1.840 m lang en trotseert een hoogteverschil van 753 m. De reis duurt iets meer dan 3 minuten.
Eenmaal aangekomen op 1850 meter hoogte was het niet alleen koud maar ook nat en zwaar bewolkt. Genieten van het uitzicht vanuit de Mirador zat er dus niet in maar we waren niet voor niets naar boven gegaan want het plan was om terug naar beneden te wandelen via de PR24 Ruta Puertos de Aliva, een tocht van ongeveer 14 km die werd omschreven als gemakkelijk want hoofdzakelijk bergaf.
Weer of geen weer, wandelen zouden we doen. Bodywarmer aan, regenjas aan en hup met de beentjes. Om het goed te maken werden we getrakteerd op een aantal regenbogen.




Bij momenten regende het redelijk hard waardoor het fototoestel terug in zijn tas moest. Tussen twee opklaringen door konden we af en toe een glimp opvangen van het imposante landschap rondom ons.










Na een paar kilometers kwamen we bij het Refugio de Aliva, waar we halt hielden voor een hapje en een drankje. Na een pintje en een stuk tortilla waren we alweer opgedroogd, leve de wandelbroeken, en zetten we onze weg “bergafwaarts” verder. Intussen was het ook gestopt met regenen en nog iets later kwam ook de zon er door.






Dat je nooit volledig moet vertrouwen op beschrijvingen van wandelingen werd ook hier weer eens bevestigd. Het stuk dat zorgt voor de aansluiting met het bos was allesbehalve gemakkelijk en in het bos zelf ging het behoorlijk bergop en bergaf.







Bella de koe die maalt er niet om. Ze ging veel vlotter de berg af dan wij. Yves die rook ook zijn stal en ging er op het einde als een speer van door. Al moest hij eerst even wachten tot de vriendjes van Bella de weg vrij maakten.


14 km later stonden we weer aan het startpunt en reden we terug naar San Pelayo voor een verkwikkende nachtrust. Daags nadien reden we door naar Cain. Jammer genoeg zat het weer ’s ochtends weer niet mee waardoor we niet echt konden genieten van het uitzicht onderweg. Maar de wolken zorgden wel voor een mooi spektakel bij de Mirador de Llesba.












Alvorens naar Cain te rijden gingen we nog langs Riano, gelegen in de autonome regio Castilla y Leon. De weg ernaartoe was deze zomer een aantal weken afgesloten door de bosbranden die de regio hebben geteisterd. De sporen van die branden zijn nog goed zichtbaar.



Riano
Het dorp ligt aan de overkant van het stuwmeer van Pico Gilbo.
Het stuwmeer met een dam en reservoir werd in de jaren ’80 gebouwd om overstromingen te beheersen en waterkracht op te wekken. Riano en zijn laaggelegen landbouwgrond kwamen onder water te staan, net als zes andere dorpen in het bijbehorende damproject. De bewoners werden verplaatst naar New Riaño, gebouwd als vervanging hoger boven het water van het stuwmeer. Een aantal kerken en graanschuren uit de overstroomde dorpen werden verplaatst naar het nieuwe dorp.









Wat we hebben gedaan in Cain lees je in een volgende blog.