
In december 2021 kwamen we voor de eerste maal naar Martinique. Die reis lag eigenlijk al een jaar eerder vast maar toen stak een vies virus stokken in de wielen. Uiteindelijk lukte het ons na de zoveelste corona vlaag toch om de oversteek naar dit Frans overzees gebied te maken.
De “post corona” periode werd hier gekenmerkt door protesten van de lokale bevolking. Deze protesten gingen gepaard met blokkades van wegen en havens en relletjes links en rechts. Oorzaak van de protesten: de verplichte vaccinatie die werd opgelegd door Frankrijk. Daarnaast speelde ook een oudere gezondheidscrisis, namelijk die gelinkt aan de pesticide Chloordecon die werd gebruikt op de bananenplantages, alsook een aantal socio-economische factoren zoals de hoge werkloosheidsgraad en de dure prijzen. En ook de geschiedenis nam zijn rol op bij deze protesten. De geschiedenis van Martinique werd namelijk gekenmerkt door kolonisatie en slavernij, een heel oud zeer dat hier nog altijd niet vergeten is.
Ondanks het “grimmige” klimaat beleefden we een uitstekende vakantie. Getriggerd door de goede vibes, het aangename weer, de sympatieheke locals en de lekkere Rhum bleef het vuurtje Martinique aangewakkerd in ons hoofd.
Hoe zijn we hier dan terug verzeild geraakt?
Eind 2025, december om precies te zijn, was een ware hel op het werk. Het ene na het andere liep in het honderd. Op zoek naar wat afleiding surfte ik naar de website van Air France. Uit nieuwsgierigheid keek ik naar de prijzen voor tickets naar Martinique en dat viel nog behoorlijk mee. Ik stuurde een screenshot van de prijzen naar Yves, wetende dat hij mij altijd terug met de voetjes op de grond zet als het op reizen aankomt, maar tot mijn grote verbazing zei hij onmiddellijk ja. Vier maanden later zitten we hier dan met, weliswaar tegen mijn gewoonte in, niets anders gepland dan ons verblijf.
Week 1 – Het Noorden
Na een 8-tal uren vliegen kwamen we aan om 18.30u lokale tijd. De zon gaat hier onder iets na 18u dus het werd rijden in het donker. Bestemming: Village Pomme Cannelle in Le Prêcheur waar we ook in 2021 een aantal dagen verbleven.
Le Prêcheur
Het dorpje, Le Prêcheur, ligt aan de noordwest zijde van de Caraïbische zee. Het is vernoemd naar een rots die leek op een priester in een preekstoel. Die rots is door de uitbarsting van de vulkaan, Mont Pelée, in 1902 onder water komen te staan.









We komen hier graag vanwege de rust en het ruige karakter van de natuur. Het dorp is dan ook het einde van de wereld, of het einde van Martinique, langs deze zijde van de Caraïbische zee. De D10 stopt aan het strand Anse Couleuvre. Wie vandaar naar het uiterste Noorden wenst te gaan dient ofwel te voet te gaan ofwel met de auto via Saint Pierre, de Mont Pelée te omzeilen, om zo landinwaarts aan de overkant van het eiland uit te komen aan de Atlantische Oceaan waar het laatste dorp, Grand’Rivière te vinden is aan de Martiniquepassage. Deze zeestraat, ten Noorden van Martinique en ten zuiden van het eiland Domenica, verbindt de Atlantische Oceaan in het oosten met de Caraïbische Zee in het westen.
Wie niet te voet tot Grand’Rivière wil stappen kan een iets kortere wandeling, La Boucle des Anses, doen langs de verschillende stranden.

















Genoeg over wandelen …
Een beetje geschiedenis
De slavernij
Ik sprak daarnet al over een oud zeer, de slavernij in Martinique. Op 27 april 1848 werd er in Parijs een decreet uitgevaardigd om de slavernij af te schaffen. Een termijn van twee maanden was voorzien om het decreet af te kondigen in elke kolonie. Echter, op 22 mei 1848, enkele maanden voor de geplande datum voor de afschaffing van de slavernij in Martinique, eiste een demonstratie de vrijlating van een slaaf die gevangen zat omdat hij op de trommel had gespeeld. De burgemeester van Le Prêcheur gaf de gendarmes opdracht om op de menigte te schieten, waarbij drie mensen omkwamen en tien gewond raakten. Er braken vervolgens gevechten uit tussen de demonstranten en soldaten, versterkt door kolonisten. Twintig rebellen werden gedood, maar uiteindelijk behaalden ze de overwinning, waarna de burgemeester en enkele blanke kolonisten per boot vluchtten. De bevolking nam vervolgens de hoofdstad in bezit en eiste de onmiddellijke afschaffing van de slavernij. Dit werd de volgende dag afgekondigd door de gouverneur van de kolonie, generaal Claude Rostoland.
74 447 slaven vonden alzo hun vrijheid terug.
De vulkaanuitbarsting
In 1902 werd Le Prêcheur zwaar getroffen door de vulkaanuitbarsting van de Mont Pelée. Hoewel de uitbarsting vooral bekend staat om de verwoesting van de stad Saint-Pierre op 8 mei, werd de activiteit van de Mont Pelée al in Le Prêcheur gevoeld tijdens de waarschuwingsperiode voorafgaand aan de pyroclastische stroom. Een pyroclastische stroom of gloedwolk bestaat uit golven van vaste of half vloeibare lava, gas, rotsen en as. Sommige inwoners werden gedwongen naar Saint-Pierre te verhuizen, dat op dat moment minder gevaar liep. In de nacht van 7 op 8 mei veroorzaakte een enorme modderlawine, als gevolg van stortbuien en een vulkanische storm vermengd met vulkanisch puin, de dood van 400 mensen.
Saint-Pierre
We herkenden het meteen. De markt, de ruïnes, het theater, Cyparis, …









Het verhaal van Cyparis is dat van de gevangene die als “enige” de vulkaanuitbarsting van 1902 overleefde. Door de vulkaanuitbarsting kwamen 30.000 mensen om het leven. Andere bronnen spreken van een tweede en een derde overlevende. Feit is dat de cel waar Cyparis opgesloten zat te bezichten is ter hoogte van het oude theater.







Grand’Rivière
Ander kenmerkend dorp van het Noorden van Martinique is Grand’Rivière. De wandeling van Anse Couleuvre naar Grand’Rivière staat op mijn bucketlist maar ook nu is het er niet van gekomen. Volgens de reisgids bedraagt deze wandeling, enkele richting, 18 km, elders vond ik een gpx-bestand voor dezelfde route van amper 11 km en de bordjes in Grand’Rivière zelf geven 14 km aan… Geen flauw benul dus van de exacte afstand maar waar ze het wel allemaal over eens zijn is de tijd die je er over doet, namelijk 6 uur en de moeilijkheidsgraad zijnde “moeilijk”. Wie goed gelezen heeft weet dat het gaat om de duur en het aantal kilometers in enkele richting. Om terug te komen kan je ofwel beroep doen op een visser die je met de boot terug brengt, ofwel je auto daar achterlaten maar dan moet je al twee auto’s hebben, ofwel de collectieve taxi gebruiken. Met de auto ben je iets langer dan een uur onderweg vanuit Le Precheur, en dit voor amper 46 km.
Wij dan maar met de auto tot ginder. Het is een uitdagende baan met veel bochtenwerk, smalle stukken en twee metalen bruggen net voor aankomst in Grand’Rivière.



Dit dorpje is de andere kant van het einde van de wereld op Martinique want ook hier stopt de baan maar in tegenstelling tot Le Prêcheur bevinden we ons hier aan de noordzijde van de Atlantische Oceaan met zicht op he eiland Dominica, niet te verwarren met de Dominicaanse republiek. Wie goed kijkt ziet Domenica liggen op onderstaande foto.

Het kleine dorp wordt gekenmerkt door de hoge kliffen en zijn zwarte zandstrand, het strand van Sinaï.






Het dorp zelf is maar een scheet groot.






Om toch maar een beetje actief te zijn wandelden we naar Fond-Moulin, waar de ruïnes van een oude habitation zichtbaar zijn. Een “habitation” is een landbouwbedrijf gegroepeerd rond het verblijf van de hoofdbewoner, de meester van de slaven die moesten instaan voor het onderhoud van het landgoed. Aanvankelijk werden hier in 1660 tabak, levensmiddelen en dieren gekweekt. Tussen 1704 et 1713 werd het een suikerfabriek, nadien een koffieplantage en vervolgens een cacaoplantage om tussen 1809 et 1819 opnieuw een suikerfabriek, weliswaar met hydraulische molen, te worden. Vervolgens wisselen de verschillende activiteiten op de site zich af.













Onderweg kwamen we hermietkrabben tegen. Dit zijn tienpotige kreeftachtigen die bekend zijn om de gewoonte een slakkenhuisje te bewonen als bescherming voor het kwetsbare achterlijf. In het Frans noemen deze beestjes “bernard-l’hermite“.
In Le Prêcheur zelf bezochten we de Habitation Céron. Dit is een oude suikerfrabriek die werd opgericht in 1658. De oude suikerfabriek is omringd door een tropische tuin die gekenmerkt wordt door zijn pronkstuk, “l’arbre à puie” of Zamana van meer dan 300 jaar oud.









Naast de twee zamanas vallen er ook vele andere mooie planten (en beestjes) te bezichtigen.















Vandaag de dag wordt er cacao geteeld en dus ook chocolade en andere lekkernijen geproduceerd.


De aangekochte pot choco zal waarschijnlijk leeg zijn tegen dat we thuis zijn.
En wat met de Rhum? Daarover later meer …











































































































































































































































































































































































































